Met een tikkerstrook doe je onderzoek naar beweging. Een tijdtikker zet met vaste tussenpozen een stip op de papieren strook. De afstand tussen de stippen (afgelegde afstand), verraadt dan de snelheid. Hier zie je dus een versnelde of een vertraagde beweging.

De resulterende kracht, is het resultaat van verschillende krachten die op een voorwerp werkt. Deze kracht veroorzaakt een verandering(!) in snelheid, richting en/of vervorming van dat voorwerp.

Arbeid (verrichten) in de natuurkunde betekent dat een kracht over een bepaalde afstand wordt uitgeoefend op een massa, bijvoorbeeld een vallende bal. De zwaartekracht laat de bal een bepaalde afstand afleggen en verricht daarmee arbeid. Hierdoor neemt de kinetische energie toe van de bal. De totale energie van het valproces blijft gelijk.

Als een kracht gedurende een bepaalde tijd wordt uitgeoefend op een massa, bijvoorbeeld een biljartbal, spreek je van een stoot. Dit heeft een impulsverandering van de bal tot gevolg. De snelheid van de bal neemt toe, totdat de kracht is uitgewerkt. Nu is de snelheid constant en daarmee heeft de massa een impuls gekregen.